PASEN: EEN LENTEFEEST

De natuur is ontwaakt, de nieuwe lente is gekomen. Dat geeft ons een groot vreugdegevoel. De planten groeien in het voorjaar tegen de zwaartekracht in. We krijgen zin om alles los te laten, vakantieplannen te maken, naar buiten te gaan en in de tuin te werken. Pasen valt midden in deze jonge lente.

Pasen als christelijk feest
Pasen is het feest van de opstanding van Christus na zijn kruisdood. Pasen vindt altijd plaats op de eerste zondag na volle maan in de lente. Eraan vooraf gaat een vier weken durende lijdenstijd. De laatste week, de Stille Week (of Goede Week/Heilige Week), begint met Palmzondag: de viering van de intocht van Jezus Christus in Jeruzalem. In de Stille Week worden de daden van Jezus Christus herdacht voor hij op Goede Vrijdag de kruisdood leed.

Bij de Stille Week gaat het om de herdenking van alle gebeurtenissen die de kern van het christelijk geloof uitmaken. Daarom wordt Pasen met de voorbereidende dagen als het belangrijkste liturgische hoogfeest in het Christendom beschouwd, al wordt kerstmis op veel plaatsen uitbundiger gevierd. In katholieke landen is het speciale karakter van de paasviering vaak nog prominent aanwezig. Denk bijvoorbeeld aan de processies tijdens de Semana Santa in Andalusië, Zuid-Spanje.

Pasen als feest van de ontluikende natuur
In voor-Christelijke tijden leefden de mensen met de kringloop van de seizoenen. In de lente werden natuurfeesten gevierd ter ere van de levenskrachten die mensen in de natuur voelden ontwaken, na de dorre periode van de wintertijd. Het ontluikende leven in de lente laat de overwinning op de dood zien.

Met kleine kinderen beleef je rond Pasen het ontwaken van de natuur, het nieuwe leven, dat gevoelens van hoop en verwachting opwekt. De passietijd en lijdensweek hebben voor hen nog geen betekenis, maar de symbolen van de ontluikende natuur, het paasei, de paashaas en de paastuin wel. Vanuit het antroposofische gedachtegoed past het om kinderen rond de leeftijd van 13 of 14 jaar pas over het lijdensverhaal te vertellen. Daarvoor vertellen we eerder verhalen, legenden en sprookjes met het motief van de overwinning van de dood.

De paashaas en zijn eieren
Drie symbolen spelen steeds weer een rol in de verschillende paasvieringen. Het ei, de haas en het lam. Het ei staat in alle culturen voor het nieuwe leven dat door de schaal heen breekt. De haas staat in veel culturen voor wijsheid en vruchtbaarheid en is vaak ook een vreugdebode die redding brengt. Het dartelende lam is eveneens symbool voor nieuw leven, maar herinnert tegelijkertijd aan de offerlammen die voor het joodse paasfeest in de voorhof van de tempel in Jeruzalem werden geslacht.

Met Pasen laten veel ouders hun kinderen zoeken naar beschilderde eieren die verstopt zijn door de paashaas. Maar er zijn (en waren) ook allerlei andere ei-gebruiken. Zo schenkt men elkaar in de Balkan in de Paastijd versierde en beschilderde eieren voor een goed leven. Ook herbergiers gaven elkaar eieren cadeau, zoals in het Vlaamse dorpje Broechem. Ze gaven elkaar drie eieren per persoon. Hiervan komt ook de spreuk: één ei is geen ei, twee ei is een ei, drie ei een paasei (zie ook het lied ‘Ei koer ei’).

De eerste verhalen over de paashaas komen uit Duitsland. Rond 1700 introduceerden Duitse emigranten het verhaal van de paashaas in de Amerikaanse cultuur. De symbolen van haas en ei hebben ook een dieperliggende onderlinge betekenis. Eieren zijn het symbool voor het nieuwe leven dat ontstaat uit iets wat ogenschijnlijk dood is. Uit de harde schil komt een zacht levend donzen kuikentje. Een mens kan zich ontwikkelen en nieuwe niet vermoede krachten ontdekken. De haas vertegenwoordigt ons hoger bewustzijn, ons ‘hoger ik’. De haas is vruchtbaar en onzelfzuchtig. Achtervolgd door jachthonden zal een uitgeputte haas vervangen worden: een andere haas neemt zijn plaats in. De haas heeft geen hol, maar een leger. Veel vogels maken gebruik van de hazenlegers om hier een nest van te maken en eieren uit te broeden. Zie hier de verbinding: de haas die de eieren verstopt. Zo vormt de haas een prachtig symbool voor ons ‘ ik’. Een ‘ik’ om ons aan te spiegelen. In deze periode kunnen wij groeien, weer een verbintenis krijgen met de geestelijke wereld en innerlijk wakker worden.

Palmpasenfeest
Op Vrijeschool Wonnebald vieren we palmpasen. In elke groep worden palmpaasstokken gemaakt, in de jongste groepen door de ouders. De kleuters lopen met hun palmpaasstokken een optocht. Enkele klassen lopen in optocht naar een bejaarden- of verpleeghuis. De kinderen brengen daar hun kleur en zang aan de bewoners, wat helemaal in overeenstemming is met het oude gebruik om je palmpaasstok na afloop van de optocht aan een zieke of bejaarde te brengen.

De palmpaasstok is een herinnering aan Jezus' intocht in Jeruzalem en een symbool voor het ontluiken van de natuur. Om een stok kan een ring van pitriet worden gehangen, die evenals de stok wordt versierd met crêpepapier. Bovenop de stok komt een broodhaantje. Aan de ring komen stroken crêpepapier en gedroogde vruchten te hangen, zoals rozijnen, pruimen en abrikozen. Aan de stok wordt een takje buxus bevestigd.

De stok staat voor het kruis waaraan Jezus stierf, maar ook voor de levensboom die altijd weer schaduw en vruchten schenkt. De buxus die altijd groen blijft, staat voor het eeuwige leven, voor de hoop die ons met de opstanding wordt gegeven en voor de nieuwe lente. Het haantje staat voor het wekken van het nieuwe voorjaar, maar ook voor het verraad dat Jezus overkwam. De ring is als het ware een zonnewiel, die de eeuwigheid van het licht van Christus verbeeldt. De gedroogde vruchten staan voor de zon (ook een oud symbool voor de Christus) en de vrucht die hij voortbrengt.

Zie hier, een eenvoudig voorwerp dat vele betekenissen in zich draagt. Wie  meeloopt in de palmpasentocht is vrij om te kiezen welke betekenis hem of haar aanspreekt. De een haalt inspiratie uit het christendom, de ander uit de natuur.