Sint Jan

‘Sint Jan! Sint Jan! Sint Jan die komt er an! Sint Jan gaat komen, we zien het aan de bomen! Sint Jan! Sint Jan! Sint Jan die komt er an!’

Het midzomerfeest van Sint Jan is elk jaar weer een hoogtepunt en voor velen misschien wel het leukste jaarfeest. Het wordt altijd gevierd op een vrijdag rond 24 juni. Tegen de avond wordt er gedanst en gepicknickt op het schoolplein. En natuurlijk wil iedereen over het vuur springen dat door klas 5 wordt ontstoken. Omdat je toch stiekem gelooft dat het helpt als bescherming tegen ziekte en onheil in het komende jaar (zoals de mensen vroeger dachten). Of omdat je graag met je vrienden en vriendinnen gezamenlijk de sprong waagt. Of gewoon omdat je er zin in hebt. Als opmaat voor dit vrolijke en lichte avondfeest zijn er in de ochtend altijd spelletjes op het schoolplein voor klas 1 t/m 4. Op basisschool Wonnebald markeert het Sint Jansfeest het begin van de zomer en de afsluiting van de jaarfeesten en het schooljaar.

Johannes de Doper
De geboortedag van Johannes de Doper is 24 juni en de dag van Sint Jan geworden. Johannes was degene die de mensen opriep om tot inkeer te komen en hun houding te veranderen, omdat de komst van Jezus Christus nabij was. Hij doopte de mensen door onderdompeling in het water van de Jordaan. Verwijzend naar de komst van Christus sprak hij: ‘Hij moet groeien, ik moet afnemen.’
Op 24 juni is de zon net voorbij zijn hoogste punt en alweer aan het afnemen. Sint Jan wordt dan ook gezien als het begin van een nieuwe periode in het jaar. Johannes de Doper vraagt ons alle zomerse ervaringen in volste concentratie mee te nemen op de weg naar binnen, de inkeer naar de midwintertijd. En hij pleitte: ‘wees niet te snel in je oordeel, laat de warmte je hoofd niet verhitten.’ Ofwel: Sint Janstijd is ook opletten geblazen: verlies jezelf niet!

De uitbundige natuur en midzomernachtfeesten
'Met Sint Jan draait het blad zich om' is een oud gezegde. Sint Jan markeert ook in de natuur een overgangsperiode. De natuur staat nu in volle bloei: de bomen staan vol in blad, bloemknoppen zijn opengesprongen, de eerste vruchten kunnen we plukken. In het dierenrijk is tal van nieuw leven: lammetjes, eendjes, veulens, kalfjes en geitjes. We worden wakker met vrolijk vogelgekwetter en gaan slapen met het gezoem van insecten. De warme temperatuur en het avondlicht laten ons genieten van zwoele zomerse avonden. De vakantie lokt. Dan nadert de Midzomernacht, de nacht van 21 op 22 juni. De zon staat hoog aan de hemel en bereidt zich voor op de terugtocht. Nog één korte, lichte nacht en het keerpunt is gekomen.

Dit alles roept op tot een uitbundig feest in de buitenlucht. Ook in oude, heidense culturen werd rond 21 juni een feest gevierd, het midzomerfeest. Dan braken in de natuur alle magische krachten los. In de oude Keltische culturen probeerden de druïden tijdens het zogenoemde ‘zomerzonnewendefeest’ iets van de wijsheid van de goden in zich op te nemen.


Sint Jansdag was vroeger een algemeen erkende en goed onderhouden feestdag. De avond ervoor werden ‘Sint Jansplanten’ gerooid : Sint Janskruid, Artemisa, Verbene, Calcarie, Bijvoet, IJserkruid, Ridderspoor, allemaal planten met een bijzondere kracht. Hiervan werden Sint Janskronen gevlochten en boven de huisdeuren gehangen, als machtige tover- en liefdesmiddelen.

Vooral het Sint Janskruid (Jaag-de-duivel-kruid) zou boze geesten verdrijven. Het zou behoeden tegen branden en allerlei kwalen. Als je het plukte voor zonsopgang beschermde het tegen de bliksem. Wanneer je een takje in je schoen legt, kun je de volgende dag de dierentaal spreken.

Ook waren er tal van andere gebruiken en gedachten. In de Sint Jansnacht moest de wichelroede gesneden worden en mocht de schipper niet uitvaren. De asperge mag na Sint Jan niet meer gestoken en de rabarber niet meer geplukt.

Sint Jansvuren
Op talloze plaatsen in Europa worden nog steeds op 24 juni Sint Jansvuren ontstoken. Dit gebruik stamt uit voorchristelijke tijden. Mensen kenden aan het vuur een reinigende werking toe en ook de boze geesten konden erdoor worden verjaagd. Sprong je door de vlammen van het vuur, dan was dat om ongeluk en ziekten te overwinnen voor het komende jaar.

Om het Sint Jansvuur te ontsteken was haardvuur niet rein genoeg. De mensen maakten vlammen door het wrijven van hout of het slaan op stenen. Acht dagen voor Sint Jan brandde men in Vlaanderen grote bossen stro langs de straten, zodat de paarden geen koliek zouden krijgen. Houtskool van het Sint Jansvuur werd bewaard als middel tegen brand!

Sint Jan op Wonnebald
Het Sint Jansfeest op de Wonnebald is een jaarlijks hoogtepunt. Aan het einde van de middag komt iedereen bepakt en beladen met picknickspullen naar de school. Iedereen zoekt een plekje op het schoolplein, legt kleden neer en stalt etenswaren uit. Er wordt bij elkaar geproefd en gesnoept van alle lekkernijen. Dan is er muziek: fluit- en vioolspel. Kinderen en volwassenen zingen en dansen gezamenlijk, in een grote kring en twee aan twee: tegenover elkaar.

Als hoogtepunt van het feest steekt de ‘vuurmeester’ het vuur aan.  De feestvierders springen beurtelings over het vuur: als teken van durf en ter bescherming tegen kwade krachten, ziekte en ongeluk in het komende jaar.