Grondslag van ons onderwijs

De ware vrijheid luistert naar de wetten

De leraren die aan onze school verbonden zijn, putten hun inspiratie uit de antroposofie. In deze geesteswetenschap staat de ontwikkeling van de mens centraal. De mens wordt gezien als een wezen met een lichaam, een ziel en een individuele wezenskern, het ‘ik’. Ieder mens gaat een eigen levensweg en verhoudt zich daarin ook steeds tot anderen. Ieder kind wordt vanuit deze visie in oorsprong als een volledig mens gezien, die een dialoog aan wil gaan met de wereld om zich heen.

Vrijeschool-onderwijs vertaald naar deze tijd

De kwaliteit van ons onderwijs wordt daarom bepaald door de wijze waarop de leraar deze dialoog weet vorm te geven. We streven er naar om dit te verbinden aan de eisen van de huidige tijd, zonder iets prijs te geven van onze identiteit. ‘Vrij’ betekent niet dat kinderen hun gang maar kunnen gaan. Integendeel. In veel opzichten hanteren we juist een eenduidig en vaststaand onderwijscurriculum. We hechten sterk aan een vast dagritme en regels zijn regels. Het ‘vrije’ heeft betrekking op de vrijheid en de verantwoordelijkheid die de leraar heeft. Deze kan, binnen de wettelijke- en door de school gestelde kaders en eindtermen, zelf de lesstof vormgeven en zijn of haar eigen professionaliteit ontwikkelen. Dat resulteert in wakkere, leergierige en gemotiveerde leraren.

Vrijheid binnen de kerndoelen

Het leerplan van de vrijeschool vormt de basis van ons onderwijs en is uitgewerkt in een leerstofoverzicht, leerlijnen en leerdoelen. Het leerstofaanbod voldoet aan de kerndoelen zoals die voor het primair onderwijs geformuleerd zijn. Deze zijn hetzelfde als op elke andere basisschool. De leraren maken jaarlijks een (periode)planning, waarin het aanbod en de doelen van de lesstof van het betreffende leerjaar staan beschreven. Het leerplan laat ten opzichte van een vaste methode wel meer ruimte voor de leraar om de leerstof zelf af te stemmen op wat leerlingen vragen. Immers, ieder kind is verschillend en ook elke leeftijd vraagt om een afgestemde benadering. Wij hebben de vrijheid om, binnen de gestelde kaders, ons onderwijs zó in te richten dat dit aansluit bij de individuele behoeften van de leerlingen.

Zinvol onderwijs: iets aanbieden als het zin heeft

Ons onderwijs kent een pedagogisch concept dat uitgaat van de ontwikkelingsfasen van kinderen. Daarin zijn als oriëntatiepunten drie grote fasen te herkennen: van nul tot zeven jaar, van zeven tot veertien jaar en van veertien tot één en twintig jaar. In de tijd van nul tot zeven jaar vindt de fysieke rijping plaats. Dit houdt in dat de basis wordt gelegd voor de ontwikkeling van de zintuigen. Een kleuter leert nog niet ‘met het hoofd’, maar nog echt ‘vanuit het lichaam’ door nabootsing en bewegen. In de tweede periode ligt het accent op het gevoelsleven en het verbeelden. Daarom wordt de leerstof zo ‘levend’ mogelijk aangeboden. In de derde fase groeit het denken als zelfstandige kracht. Pas dan kan het zelfstandig oordeelsvermogen volledig worden aangesproken.

“Onderwijzen is ook opvoeden. Onderwijs gaat verder dan alleen goed leren lezen of rekenen.”

Vrijeschool Wonnebald